Meest gestelde vragen
Wat houdt een eigen risico in?
De naam zegt het al, in een aantal gevallen heeft u eigen risico. Dit bedrag staat vermeld in uw polis en de hoogte daarvan kan verschillend zijn, er zijn verzekeringsmaatschappijen die geen eigen risico systeem kennen. Heeft u de schade zelf veroorzaakt, dan moet u dit eigen risico zelf betalen. Is de schade veroorzaakt door iemand anders dan wordt het eigen risico door de tegenpartij aan u uitbetaald, het eigen risico moet u dus altijd voorschieten. In een aantal gevallen heeft u bij ons een verminderd eigen risico, hierover heeft dubbeldam met een aantal verzekeringsmaatschappijen kortingen afgesproken.
Hoe is het vervangend vervoer geregeld?
Vervangend vervoer is gratis. U krijgt de vervangende auto vol met brandstof mee en wij vragen u de auto ook weer vol bij ons terug te brengen. Uiteraard zijn eventuele bekeuringen wel voor uw rekening.
Welke garantie krijg ik?
Wij geven 4 jaar Focwa garantie en nemen de eventuele fabrieksgarantie over.
Wie krijgt de rekening?
Indien u all risk verzekerd bent, betaald in het algemeen de verzekeringsmaatschappij direct aan ons, u ontvangt dan (indien van toepassing) alleen een factuur van het eigen risico. Bent u WA verzekerd dan ontvangt u de factuur zelf en dient u deze zelf te betalen.
Wat is Total Loss en wat gebeurt en dan allemaal?
Het komt voor dat wij voertuigen binnenkrijgen waarvan de schade zo groot is dat ze ''total loss'' verklaard worden. Maar wat is dat nu, total loss? En wat gebeurt er dan allemaal? Hieronder vindt u een antwoord op de meest gestelde vragen.
Algemeen:
Het afwikkelen van autoschades in het algemeen en total loss in het bijzonder is vaak ''verzekeringswerk'' en er is dan ook een schade-expert van een verzekeringsmaatschappij bij betrokken. In onderstaande voorbeelden gaan we daar dan ook van uit. Een auto kan technisch total loss zijn of economisch total loss.
Technisch total loss:
Hiervan is sprake als het niet meer mogelijk is de auto op een verantwoorde en veilige manier te repareren. Het voertuig moet dan ook gesloopt worden om te voorkomen dat het ooit nog op de openbare weg verschijnt.
Economisch total loss:
In dat geval zijn de reparatiekosten hoger dan de dagwaarde (=waarde van de auto net voor het ontstaan van de scahde) verminderd met de waarde van de restanten (=waarde van de beschadigde auto).
Een voorbeeld van een economisch total loss:
- waarde van het voertuig voor de schade (dagwaarde): € 3.000
- waarde van de restanten (restwaarde) € 1.500
- reparatiekosten van de schade € 2.000
Als de auto gerepareerd wordt, zijn de kosten van de schade € 2.000,-. De daardwerkelijke schade is in dit geval: waarde van de auto voor de schade (dagwaarde) € 3.000 min de waarde van de restanten € 1.500 = € 1.500. Dit is de daadwerkelijke schade. De reparatiekosten zijn € 2000,-. Deze overstijgen dus de werkelijke schade. Er is sprake van een economisch total loss.
In geval van economisch total loss kan het best zo zijn dat de auto op een verantwoorde manier gerepareerd kan worden. Het is alleen economisch niet verantwoord. Wanneer de klant zijn auto graag wil behouden en toch wil laten repareren, dan kan er in overleg met het schadebedrijf en de expert van de verzekeringsmaatschappij bekeken worden of het mogelijk is om de auto op een minder dure manier te repareren, bijvoorbeeld met gebruikte onderdelen. Als dan de reparatiekosten in de buurt van de € 1.500 (zoals in het voorbeeld) komen, kan de auto toch gerepareerd worden. Een dergelijke procedure kan alleen maar gevolgd worden als zowel de eigenaar van het voertuig, de reparateur en de verzekeringsmaatschappij zich soepel opstellen. Zoals al gezegd, het verschil mag niet groot zijn.
Wie bepaalt de dagwaarde en de waarde van de restanten?
De dagwaarde wordt vastgesteld door een schade-expert van een verzekeringsmaatschappij. Hij verricht daarvoor een zogenaamd marktonderzoek. Meestal doet hij dit door diverse dealers van het betreffende merk te bellen en te informeren wat een dergelijke auto kost. Men moet zich daarbij wel bedenken dat het vrijwel onmogelijk is om precies eenzelfde auto aan te treffen, dus van dezelfde leeftijd, met dezelfde kilometerstand en in dezelfde staat van onderhoud. De waarde van de restanten, het ''wrak'', wordt bepaald door de hoogste bieding van een aantal (meestal 4 of 4) opkopers.
Wat gebeurd er met de restanten of de oneerbieding gezegd, met het wrak?
Als een auto technisch total loss is dan moet deze vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, gesloopt worden. Zo voorkomt men dat een wrak toch nog wordt gerepareerd, als dat technisch niet meer verantwoord is. Bij een economisch total loss heeft de eigenaar van het voertuig de keuze: of het voertuig verkopen aan een handelaar, wat veelal in overleg met het schadebedrijf of de expert van een verzekeringsmaatschappij wordt geregeld, of voor ditzelfde bedrag de auto zelf houden en (eventueel met gebruikte onderdelen) laten repareren.
Van wie krijgt u welk bedrag?
De waarde van het wrak ontvangt u van de handelaar die dit gekocht heeft. Meestal haalt de handelaar het wrak op bij het schadebedrijf en u ontvangt het geld via de reparateur. De rest ontvangt u van de verzekeringsmaatschappij. In het gegeven voorbeeld ontvangt u dus € 1.500 van de opkoper van het wrak en € 1.500 van de verzekeraar. Samen dus € 3.000; precies de waarde van de auto. Als u het voertuig zelf houdt, krijgt u dus ook € 1.500 van de verzekeraar en behoudt u de auto ter waarde van € 1.500. Samen ook weer € 3.000.
Wat is een Vrijwaringsbewijs?
Als het wrak verkocht wordt, is het voor u van belang dat u daar ook geen verplichtingen meer voor heeft. Denkt u bijvoorbeeld maar aan de houderschapsbelasting of eventuele boetes. Daarom krijgt u van de opkoper van het wrak een vrijwaringsbewijs. Bewaar dit goed.
Wat is het Waarborgfonds?
Het Waarborgfonds (WBF) is een uitvloeisel van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. Op grond van die wet moeten alle motorrijtuigen (auto's, motoren, bussen, vrachtauto's, brom- en snorfietsen enz.) in Nederland verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid. Dat is de aansprakelijkheid voor schade die aan anderen wordt toegebracht. Daardoor kan degene die schade lijdt, meestal een verzekeringsmaatschappij voor de schade aanspreken.
Soms kan dat echter niet. Bijvoorbeeld omdat de bezitter/houder van het motorrijtuig geen verzekering heeft afgesloten. Of omdat de bestuurder zich uit de voeten heeft gemaakt zonder naam en adres achter te laten. In dat soort situaties kan het Waarborgfonds Motorverkeer vaak uitkomst bieden.
Het Waarborgfonds komt in vijf gevallen in actie bij schade in het verkeer in Nederland op voorwaarde dat de aansprakelijkheid van de veroorzaker vaststaat:
- als het schadeveroorzakende motorvoertuig niet bekend is;
- als het schadeveroorzakende motorvoertuig niet verzekerd is;
- als het schadeveroorzakende motervoertuig gesloten is en de bestuurder weet van de diefstal;
- als de verzekeringsmaatschappij insolvent is;
- als de bezitter/houder wegens gemoedsbezwaren een vrijstelling van de verzekeringsplicht heeft
Als u een claim bij het waarborgfonds in wilt dienen dan moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:
- aangifte doen bij de politie.
- 2 getuigenverklaringen opnemen.
- expertise aanvragen bij uw verzekeringsmaatschappij.
De expertise moet door een schade-expert verricht worden. Deze moet het schadebedrag vaststellen en een verklaring afgeven dat de schade door een motorvoertuig veroorzaakt kan zijn.